Nederlands


RSS Feed Tweet This! Print weblog


23-12-2009 21:41 NIJN-Eleven: (on)toelaatbare parodieën op Nijntje

Op 22 december jl. heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan over o.a. plaatjes van een pillenslikkende Nijntje met bijbehorende teksten, die werden gepubliceerd via een drietal websites die worden gehost door Punt.nl B.V. 

Zie het vonnis voor alle 7 gewraakte plaatjes.

Mercis B.V – de onderneming waarin de (intellectuele eigendoms)rechten van Dick Bruna zijn ondergebracht – startte een kort geding om de plaatjes en teksten verwijderd te krijgen. Daartoe deed Mercis B.V. een beroep op de afbeeldingen van Nijntje die zij als beeldmerk in heeft geschreven, de auteursrechten op het figuurtje en de persoonlijkheidsrechten van Dick Bruna.

Het vonnis is zeer interessant, omdat de vraag aan bod komt of een parodie (in dit geval op Nijntje) is toegestaan onder zowel het auteursrecht als onder het merkenrecht. Ook is interessant dat de rechter bepaalt dat een (toelaatbare) parodie boven de persoonlijkheidsrechten gaat.

Auteursrecht

Onbeschermde stijl?

Ten eerste oordeelt de rechter over de vraag of er überhaupt auteursrechten rusten op Nijntje. Daartoe moet er sprake zijn van een eigen, oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker (het zogenaamde EOK&PS). De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

Nijntje kenmerkt zich volgens de rechter door elementaire kleuren, door het gebruik van dikke lijnen, door de karakteristieke verhoudingen tussen hoofd en lichaam, door de vorm van het hoofd, door de oren en door de (stand van de) ogen en het zogenaamde “andreaskruis” als neusje. In de originele boeken van Nijntje bevinden zich naast de illustraties bovendien kenmerkende, op rijm geschreven teksten.

Punt.nl had zich verweerd door te stellen dat Nijntje enkel een (niet door het auteursrecht beschermde) stijl is, hetgeen zij overigens niet verder heeft onderbouwd. De rechtbank maakt gehakt van dat verweer: Nijntje is door Bruna dermate concreet vormgegeven (onder andere in boeken, op speelgoed en op andere gebruiksvoorwerpen, als “uiting van datgene wat Bruna tot zijn arbeid heeft bewogen”) dat sprake is van een werk in de zin van de Autuerswet in plaats van een stijl.

Inbreuk of toch parodie?

De volgende vraag die de rechter beantwoordt, is of er in dit geval sprake is van auteursrechtinbreuk, of dat Punt.nl zich toch kan beroepen op de zogenaamde parodie-exceptie.

De parodie-exceptie wordt geregeld in artikel 18b van de Auteurswet. Omdat ook de wetgever vindt dat lachen gezond is en (binnen bepaalde grenzen) moet kunnen, maakt een parodie geen inbreuk op het auteursrecht. Om onder deze uitzondering te kunnen vallen, moet er (volgens Auteursrecht van Spoor/Verkade/Visser) sprake zijn van een nabootsing van een werk in gewijzigde vorm, waardoor deze nabootsing tot voorwerp van de lachlust wordt gemaakt of waardoor althans de teneur van het originele werk ingrijpend wordt gewijzigd.

In dit geval zijn de auteursrechtelijk beschermende trekken van Nijntje zoals hiervoor omschreven, overgenomen in de gewraakte afbeeldingen. Zo zijn volgens de rechter de elementaire kleuren, de dikke lijnen, de verhouding tussen hoofd en lichaam, de vorm van het hoofd van Nijntje, de oren, de (stand van de) ogen en het neusje nagenoeg identiek aan de originele Nijntje. Bij afbeelding 1 tot en met 5 bevindt zich naast de beeltenis van Nijntje ook een tekst, geschreven in een stijl die doet denken aan die van Dick Bruna – maar dan iets minder kindvriendelijk. Afbeelding 7 (nijn-eleven) is, afgezien van het flatgebouw, een letterlijke kopie van de voorkant van het boek “Nijntje vliegt”. De totaalindrukken van het originele werk van Dick Bruna en van de gewraakte afbeeldingen zijn volgens de rechter daardoor nagenoeg identiek.

Met betrekking tot de afbeeldingen 2 tot en met 6 oordeelt de rechter dat deze, in combinatie met de bijbehorende teksten, inderdaad een parodie vormen. De bedoeling van die afbeeldingen is het opwekken van de lachlust. Dat niet iedereen de gewraakte afbeeldingen even grappig of gepast zal vinden (smaken verschillen nu eenmaal), doet aan die bedoeling niet af. Bovendien oordeelt de rechter dat er sprake is van een ingrijpende wijziging van de teneur. Waar de teksten van Dick Bruna bij uitstek kindvriendelijk en geweldloos zijn, zijn de teksten bij de gewraakte afbeeldingen vooral grof en agressief. Juist dit contrast lijkt volgens de rechter bedoeld om de lachlust op te wekken. Bovendien zijn bij de afbeeldingen beeldelementen toegevoegd die niet bij Nijntje horen, zoals de draaitafel op een hardcorefeest of om trance te draaien, de rode ogen van Zwijntje omdat Zwijntje “zo stoned is als een garnaal”, Lijntje met “pep” voor zijn (andreaskruis)neus of Nijntje die met grote ogen gaat “hakkûh”.

Tot slot vindt de rechter ook van belang, dat concurrentiebedoelingen en het gevaar van verwarringgevaar ontbreken: de afbeeldingen 2 tot en met 6 zijn als parodie in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het maatschappelijke verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.

De rechtbank laat in het midden of plaatjes 1 en 7 kunnen worden aangemerkt als parodie, aangezien deze worden gekwalificeerd als merkinbreuk. Daarover hieronder meer.

Parodie gaat boven persoonlijkheidsrechten

Naast het beroep van Mercis op haar auteursrechten, heeft Dick Bruna zich tevens op zijn persoonlijkheidsrechten (artikel 25 Aw) beroepen, met name op “het recht zich te verzetten tegen elke misvormig, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid” (artikel 25 lid 1 sub d Aw).

Dit beroep gaat niet op. Punt.nl heeft zich met betrekking tot de afbeeldingen 2 tot en met 6 naar het oordeel van de rechter terecht op de parodie-exceptie beroepen. “Een (geslaagde) parodie is niet meer dan dat en kan niet als een “misvorming, verminking of andere aantasting” als bedoeld in artikel 25 Aw worden aangemerkt”, aldus de rechter Ook een beroep op de persoonlijkheidsrechten kan Nijntje dus niet baten.

Merkenrecht

Parodie als geldige reden?

De rechtbank oordeelt allereerst dat de een beroep op artikel 2.20 lid 1 sub c BVIE (gebruik van een teken dat (soort)gelijk is aan een bekend merk) niet slaagt. Daarvoor is namelijk vereist is dat er sprake is van gebruik in het economisch verkeer, waar in dit geval volgens de rechter geen sprake van is.

Vervolgens onderzoekt de rechter of er sprake is van strijd met artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE. Dit is het geval indien een teken niet ter onderscheiding van waren of diensten wordt gebruikt, ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk en de gedaagde bovendien geen geldige reden voor het gebruik heeft.

Ook in het kader van het merkenrecht beroept Punt.nl zich er op dat de gewraakte afbeeldingen parodieën betreffen. Vooropgesteld wordt dat het merkenrecht niet, zoals het auteursrecht, een algemene parodie-exceptie kent. Of en in hoeverre een merk mag worden geparodieerd, hangt af van de vraag of het parodiëren als een geldige reden in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE kan worden aangemerkt. De mogelijkheid een merkenrechtelijk beschermd figuur te parodiëren is daarmee beperkter dan in het auteursrecht.

De rechter stelt voorop dat gezien de aard en strekking van het merkenrecht, in een parodie op een merk elementen van het merk mogen worden overgenomen maar dat er door de gedaagde wel enige afstand tot het merk moet zijn bewaard. Het moet – kort samengevat – voldoende duidelijk zijn dat de parodie niet afkomstig is van de merkgerechtigde.

Wat betreft de afbreuk aan de reputatie van het merk: aantasting van de reputatie is volgens de rechter niet aan de orde bij de afbeelding 2, 4 en 6, omdat in die afbeeldingen geen verband wordt gelegd tussen de woord- en beeldmerken van Nijntje enerzijds en grof taalgebruik of terrorisme anderzijds. Over de overige vier afbeeldingen laat de rechter niet uit, maar dat lijkt voor de uitkomst van deze uitspraak ook niet van belang.

Wat betreft de geldige reden: ten aanzien van de afbeeldingen 2 tot en met 6 was bij de bespreking van de auteursrechtelijke vorderingen al vastgesteld dat deze afbeeldingen onder de parodie-exceptie vallen. Ook in het kader van het merkenrecht oordeelt de rechter dat deze vijf afbeeldingen voldoende afstand houden van de merken van Mercis en om die reden aangemerkt kunnen worden als in het merkenrecht toelaatbare parodieën. En dus is er sprake van een geldige reden.

De afbeeldingen 1 en 7 vallen – net als in het auteursrecht – buiten de parodierechtelijke boot. Hiervoor wordt onvoldoende afstand genomen van de woord- en beeldmerken van Mercis. Bovendien doen deze afbeeldingen afbreuk aan de reputatie van de merken, nu ze Nijntje in verband brengen met drugsgebruik en terrorisme.

Vrijheid van meningsuiting als geldige reden

Ook de vrijheid van meningsuiting waarop Punt.nl zich nog beroept levert bij afbeelding 1 en 7 geen geldige reden op. Hiervoor is vereist dat er ook daadwerkelijk – in het kader van een maatschappelijk debat – een mening wordt geuit en dat dit niet gebeurt in een nodeloos grievende context. De twee afbeeldingen voldoen niet aan deze vereisten.

Punt.nl niet aansprakelijk als host?

Tenslotte heeft Punt.nl zich verweerd met een beroep op artikel 6:196c lid 3 BW. Hierin is – kort gezegd – bepaald dat degene die diensten van een informatiemaatschappij verricht, niet aansprakelijk is voor die opgeslagen informatie indien hij niet weet van het onrechtmatige karakter van die informatie of, zodra hij dit wel weet, onmiddellijk die informatie verwijdert.

Volgens de rechter geldt bovengenoemde vrijstelling voor gevallen waarin de activiteit van de host beperkt is tot het technische proces van het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk. In het geval van Punt.nl is hier volgens de rechter inderdaad sprake van, nu haar activiteiten een louter technisch, automatisch en passief karakter hebben. Met andere woorden: zij heeft kennis noch controle over de informatie die wordt doorgegeven of opgeslagen.

En dus oordeelt de rechter dat Punt.nl niet zelf inbreuk pleegt op de merkenrechten van Mercis. Van haar kon en hoefde niet te worden verwacht dat zij steeds alle weblogs en websites controleert op inbreukmakkende content.

Maar omdat Punt.nl wel onrechtmatig handelt als zij op de inbreuk wordt gewezen en zij vervolgens geen actie onderneemt, handelt zij volgens de rechter wel onrechtmatig als zij afbeelding 1 en afbeelding 7 niet verwijdert.

Conclusie

De afbeeldingen 1 en 7 moeten door Punt.nl verwijderd worden/blijven. De andere afbeeldingen en teksten zijn toelaatbaar als parodie.

Lees het hele vonnis hier (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam, 22 december 2009, zaak-/rolnummer 444877/KGZA 09-2617).


Please fill out the complete form



Firstname: *
Email: *
Please fill out the code above
Security code: *
Comment: *