06-01-2010 02:29 Glazen met dubbele bodum en auteursrecht
Een beetje zelfspot kan geen kwaad zou ik denken. Reden waarom ik mezelf al heb uitgemaakt voor vakidioot toen ik schreef over de Nijntje-chocolade en de IE-aspecten van mijn vakantie in Schotland en voor beroepsgedeformeerde toen ik blogde over Chunky Monkey.
Maar het houdt echt niet op. Maandagavond zat ik gezellig – ter afsluiting van onze vakantie - met mijn vrouw te eten in een leuk nieuw Restaurant in Zeist (Lokaal Victoria), waar de verse muntthee wordt geserveerd in een dubbelwandig theeglas. Ik hoorde mezelf denken: “zou iemand daar IE-rechten op claimen?”. Deze vraag hield zelfs even mijn gedachten af van de heerlijke Cheese cake. Dat is toch maf? Nee, maffer is dat ik vandaag het op Boek9.nl gepubliceerde vonnis las over dubbelwandige glazen. Het vonnis werd ook op maandag gepubliceerd. Ik dacht bij mezelf toen ik dat zag “Dat is ook toevallig!”. Ik ben niet meer te redden...


Interessant vonnis
Maar goed, het vonnis is lezenswaardig.
Het vonnis betreft een geschil tussen Bodum c.s. en Jos Ten Berg’s Handelsmaatschappij. Bodum was van mening dat Ten Berg inbreuk maakte op de auteursrechten en modelrechten van Bodum op bepaalde dubbelwandige glazen. Om de (beweerdelijke) inbreuk snel te kunnen stoppen, heeft Bodum een zogenaamd ex-parte verbod gevraagd bij de rechter. Dat is een verbod waarbij de wederpartij niet wordt gehoord. Als het verbod wordt toegewezen en de wederpartij is van mening dat het verbod ten onrechte is gegeven, dan kan deze partij een kort geding starten om het verbod op te heffen. Dat is precies wat er in deze zaak gebeurde. Bodum verkreeg namelijk een verbod en Ten Berg was het daar niet mee eens.
Het vonnis is interessant om drie redenen. Ten eerste sluit het aardig aan op de eerdere weblog die ik schreef over de auteursrechtelijke bescherming van standaardvoorwerpen: Kan een (dubbelwandig) glas auteursrechtelijk beschermd zijn? De andere twee redenen zijn het interessanter voor collega IE-advocaten c.q. IE-vakidioten. Uit het vonnis blijkt namelijk dat als er een zogenaamd “ex parte-bevel” is afgegeven wat later in kort geding onderuit wordt gehaald, eventueel verbeurde dwangsommen in stand blijven. Tenslotte bepaalde de rechter dat kosten voor een oppositie tegen een modelrecht niet kunnen worden toegewezen in de proceskostenveroordeling.
Auteursrechtelijke bescherming van dubbelwandige glazen?
Bodum vond dat er in dit geval sprake was van een auteursrechtelijk beschermde vormgeving van haar glazen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat haar glazen worden gekenmerkt door:
(i) een strak, minimalistisch ontwerp,
(ii) ronde vormen zowel in de binnenwand als de buitenwand,
(iii) geen scherpe hoeken en randen,
(iv) afgestemde ruimten tussen de binnenwand, buitenwand en bodem, hetgeen zou resulteren in een
(v) strak vormgegeven intern zwevend glas, welke integraal onderdeel uitmaakt van
(vi) de esthetische vormgeving en uitstraling van de glazen hetgeen allemaal tezamen resulteert in een exclusieve en luxe algemene indruk.
De rechter was het daar niet mee eens:
Ad (i): Een strakke minimalistische vormgeving als zodanig kan niet als auteursrechtelijk beschermde trek van de glazen worden aangemerkt, omdat er al veel andere glazen zijn die strak en minimalistisch zijn vormgegeven.
Ad (iv) en (v): Wat betreft de afgestemde ruimten tussen de wanden en de bodem (iv) die zouden resulteren in het beeld van een intern zwevend glas (v) heeft Ten Berg volgens de rechter terecht naar voren gebracht dat deze kenmerken technisch bepaald zijn en dus evenmin voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Niet in geschil is dat die dubbele wand een technisch effect heeft, te weten de isolatie van de inhoud van het glas. Dat technische effect kan Bodum niet via het auteursrecht monopoliseren.
Ad (ii) en (iii): De rechter maakt wel duidelijk dat ook bij een strakke en minimalistische vormgeving en een specifieke vormgeving van het interne zwevende glas sprake kan zijn van auteursrechtelijk beschermde vormgeving. De rechtbank gaat er in dit geval echter verder niet op in of de ronde vormen (iii) en de afwezigheid van hoeken en randen (iii) volstaan om auteursrechtelijke bescherming aan te nemen. Reden daarvoor is, dat de glazen van Bodum en Ten Berg op die punten juist verschillen.
Daar komt bij dat Ten Berg heeft aangevoerd dat punten waarop haar glazen wel overeenstemmen met het ontwerp van Bodum samenhangen met functionele of technische eisen en dus buiten beschouwing gelaten moeten worden bij de beoordeling van de inbreuk. Bodum heeft dat niet weersproken.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van inbreuk op auteursrechten en evenmin op modelrechten, omdat daar dezelfde bezwaren spelen.
Herziening in kort geding: geen terugwerkende kracht
Verder bepaalt de rechter dat het ex parte-bevel niet met terugwerkende kracht haar werking wordt ontnomen indien de beschikking in kort geding wordt herzien. Dat betekent dat indien de wederpartij niet aan het bevel heeft voldaan de dwangsommen toch verbeurd blijven. De rechtbank vergelijkt de herziening met de opheffing van een beslag.
De rechtbank stelt dat de wetgever de herzieningsprocedure heeft willen modelleren naar het opheffingskortgeding bij beslag. Ook in een dergelijke procedure heeft een opheffing naar voorlopig oordeel geen terugwerkende kracht.
Ik neem aan dat in een bodemprocedure wel gevorderd kan worden dat eventueel al betaalde dwangsommen terugbetaald moeten worden, indien de bodemrechter concludeert dat het ex-partebevel ten onrechte is verleend.
Kostenveroordeling: geen kosten oppositie
Hoewel de rechter van mening is dat het op zich redelijk is dat Ten Berg - in het kader van haar verweer tegen een op Gemeenschapmodellen gebaseerde vordering of verzoek - een nietigheidsactie tegen die modellen instelt, komen de daarmee samenhangende kosten niet voor vergoeding in aanmerking in het kader van deze procedure. De Gemeenschapsmodellenverordening voorziet namelijk zelf in een regeling voor de vergoeding van die kosten.
Lees hier het hele vonnis (Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag, 18 december 2009, zaak-/rolnummer 354547/KGZA 09-1712).


















