|
<<< Terug naar weblogs van Joost Kuhlmann
|
|---|
| Gij zult ook virtueel niet stelen | 23-02-2012 17:34 |
|---|---|
In deze blog behandel ik kort de uitspraak van de Hoge Raad van 31 januari 2012 in de RuneScape-zaak. De belangrijkste vraag in de uitspraak is of virtuele objecten - in dit geval uit het computerspel RuneScape - gestolen kunnen worden. In de literatuur is discussie ontstaan over de uitspraak. Ik heb eerder geschreven over het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad in deze zaak. De advocaat-generaal is daarin zeer uitvoerig ingegaan op de vraag of virtuele objecten vatbaar zijn voor diefstal. Het verbaast mij dan ook niet dat de Hoge Raad dit advies ter harte heeft genomen. Kort de feiten Hoge Raad Virtuele diefstal “Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft […].” De Hoge Raad vindt dus dat een virtueel object – in dit geval een virtueel masker in het spel RuneScape – als goed in de zin van het artikel 310 Sr kan worden gezien. Verdediging en beoordeling
Ten eerste overweegt de Hoge Raad dat de wetgever bij het opstellen van de wet in 1886 geen rekening heeft gehouden met de bescherming van virtuele objecten, maar dat de wet en rechtspraak wel aanknopingspunten bieden ter beantwoording van deze vraag. De Hoge Raad stelt dan dat een niet-stoffelijk object (wat het virtuele masker blijkbaar is) in principe een goed kan zijn. Het object moet daar naar zijn aard dan wel geschikt voor zijn. De Hoge Raad verwijst tevens naar het beroemde Elektriciteitsarrest uit 1921. In dat arrest werd gesteld dat elektriciteit een zeker zelfstandig bestaan heeft, door de mens kan worden beheerst en zij een zekere waarde vertegenwoordigt. Onder andere om deze redenen werd elektriciteit als goed gekwalificeerd en kon men elektriciteit dus ook stelen. Ook giraal geld is door de Hoge Raad als goed in de zin van art. 310 Sr bestempeld. De Hoge Raad overweegt vervolgens:
De punten van de verdediging houden geen stand en dus blijft het vonnis van het Hof in stand: de verdachte heeft diefstal gepleegd. Een mijn inziens terecht oordeel. Gij zult ook virtueel niet stelen! Zoals gezegd is er in de literatuur discussie ontstaan over de juistheid van dit vonnis. Belangrijk is in dit kader nog om te benadrukken dat de goederen waar hier over wordt gesproken, niet vereenzelvigd mogen worden met goederen uit het civiele recht (artikel 3:1 Burgerlijk Wetboek). De strafrechtelijke definities staan daar los van. |
|




