Joost Kuhlmann
RSS Feed

<<< Terug naar weblogs van Joost Kuhlmann Print

Gij zult ook virtueel niet stelen 23-02-2012 17:34

In deze blog behandel ik kort de uitspraak van de Hoge Raad van 31 januari 2012 in de RuneScape-zaak. De belangrijkste vraag in de uitspraak is of virtuele objecten - in dit geval uit het computerspel RuneScape - gestolen kunnen worden. In de literatuur is discussie ontstaan over de uitspraak.

Ik heb eerder geschreven over het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad in deze zaak. De advocaat-generaal is daarin zeer uitvoerig ingegaan op de vraag of virtuele objecten vatbaar zijn voor diefstal. Het verbaast mij dan ook niet dat de Hoge Raad dit advies ter harte heeft genomen.

Kort de feiten
In de zaak hebben de twee daders het slachtoffer bedreigd en mishandeld en hem zo gedwongen in de virtuele wereld van het computerspel RuneScape virtuele spullen aan de daders te geven. Deze virtuele objecten zijn in het spel veel virtueel geld waard, maar hebben ook buiten het spel een bepaalde waarde. De daders hebben in hun verklaring aangegeven “jaloers” te zijn geweest op het slachtoffer.

Hoge Raad
De Hoge Raad heeft zoals gezegd het advies van de advocaat-generaal overgenomen en het vonnis van het Hof Leeuwarden bekrachtigd. Daarmee kan men in Nederland vanaf nu vervolgd worden voor diefstal van virtuele spullen. De dader die in cassatie bij de Hoge Raad is gegaan, heeft een werkstraf (en subsidiair jeugddetentie) gekregen.

Virtuele diefstal
Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) stelt dat:

“Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft […].”

De Hoge Raad vindt dus dat een virtueel object – in dit geval een virtueel masker in het spel RuneScape – als goed in de zin van het artikel 310 Sr kan worden gezien.

Verdediging en beoordeling
De verdediging van een van de daders heeft aangevoerd dat een virtueel object niet als goed kan worden gezien in de zin van art. 310 Sr. Zij heeft daarvoor, kort gezegd, drie argumenten aangevoerd.

  1. Virtuele objecten zijn een virtuele illusie, bestaande uit bits en bytes.

  2. Virtuele objecten vallen onder de definitie van ‘gegevens’ uit artikel 80quinquies Sr en kunnen dus niet ook nog als goed in de zin van ar. 310 Sr worden gezien.

  3. Het computerspel RuneScape heeft juist als doel virtuele objecten van een ander weg te nemen.

Ten eerste overweegt de Hoge Raad dat de wetgever bij het opstellen van de wet in 1886 geen rekening heeft gehouden met de bescherming van virtuele objecten, maar dat de wet en rechtspraak wel aanknopingspunten bieden ter beantwoording van deze vraag. De Hoge Raad stelt dan dat een niet-stoffelijk object (wat het virtuele masker blijkbaar is) in principe een goed kan zijn. Het object moet daar naar zijn aard dan wel geschikt voor zijn. De Hoge Raad verwijst tevens naar het beroemde Elektriciteitsarrest uit 1921. In dat arrest werd gesteld dat elektriciteit een zeker zelfstandig bestaan heeft, door de mens kan worden beheerst en zij een zekere waarde vertegenwoordigt. Onder andere om deze redenen werd elektriciteit als goed gekwalificeerd en kon men elektriciteit dus ook stelen. Ook giraal geld is door de Hoge Raad als goed in de zin van art. 310 Sr bestempeld.

De Hoge Raad overweegt vervolgens:

  • Dat de virtuele aard van de objecten er niet aan in de weg staat om deze als goed in de zin van art. 310 Sr. aan te merken. Het Hof heeft dat, wat betreft de Hoge Raad, voldoende gemotiveerd. Hierbij is belangrijk dat het slachtoffer de feitelijke en exclusieve heerschappij had over de virtuele spullen en dat deze voor hem reële waarde hadden. Tevens kunnen de virtuele objecten – zoals blijkt - van hem worden afgenomen. Door het handelen van de daders is hij immers de beschikkingsmacht over de virtuele objecten verloren. De klacht dat de objecten een illusie zijn treft dus geen doel.

  • De tweede klacht stuit ook af op deze overweging. Immers, dat de virtuele objecten ook eigenschappen van gegevens – zoals gedefinieerd in art. 80quinquies Sr - heeft, betekent niet dat het daarom niet als goed kan kwalificeren. De Hoge Raad maakt hierbij wel de kanttekening dat de kwalificatie sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval en de waardering daarvan door de rechter.

  • Met de laatste klacht maakt de Hoge Raad korte metten door te stellen dat de spelregels van RuneScape niet voorzien in het wegnemen van virtuele objecten door bedreiging en mishandeling.

De punten van de verdediging houden geen stand en dus blijft het vonnis van het Hof in stand: de verdachte heeft diefstal gepleegd. Een mijn inziens terecht oordeel. Gij zult ook virtueel niet stelen!

Zoals gezegd is er in de literatuur discussie ontstaan over de juistheid van dit vonnis.
In een volgende weblog zal ik de genoemde voor- en tegenargumenten bespreken.

Belangrijk is in dit kader nog om te benadrukken dat de goederen waar hier over wordt gesproken, niet vereenzelvigd mogen worden met goederen uit het civiele recht (artikel 3:1 Burgerlijk Wetboek). De strafrechtelijke definities staan daar los van.